De meeste trainers beginnen bij de formatie. Welk systeem spelen we, 1-3-1-3 of 1-2-3-2, en wie zet ik waar neer. Bij de jongste teams is dat precies de verkeerde volgorde, en de KNVB is daar opvallend direct over.
Bij de jongste pupillen levert een formatie weinig op
In het trainersdashboard staat het zo:
Bij O8, O9 en O10 is het vanwege de leeftijdsspecifieke kenmerken vaak niet erg zinvol.
KNVB Assist, De opstelling
Het alternatief dat de KNVB noemt is een stuk praktischer dan een systeem:
Je zou bij O10 bijvoorbeeld van 'voor-' en 'achterspelers' kunnen spreken en dat in de rust kunnen omwisselen.
KNVB Assist, De opstelling
Vanaf O11 wordt het anders. Dan kun je volgens diezelfde bron een bepaalde formatie introduceren, met 1-2-3-2 of 1-3-1-3 als voorbeelden bij 8 tegen 8. De onderliggende regel die de KNVB meegeeft is simpel: de formatie die je kiest moet vooral passen bij de leeftijd en de ontwikkelfase van de spelers.
Waar je wel mee begint
Een opstelling is volgens de KNVB drie beslissingen tegelijk: wie begint, op welke positie, en wie als eerste invalt. Die derde wordt het vaakst vergeten, en is de enige die tijdens de wedstrijd nog te repareren valt.
- Wie is er daadwerkelijk? Begin bij je selectie, niet bij je systeem. Een prachtige 1-3-1-3 met twee afmeldingen op donderdagavond is geen plan.
- Wie moet er minuten maken? Kijk naar de vorige wedstrijden. De KNVB schrijft letterlijk dat je de opstelling mede baseert op eerdere opstellingen, de wissels die je toepaste en de speeltijd die spelers kregen.
- Pas dan de posities. En bij de jongste teams dus liever voor- en achterspelers dan een systeem met een naam.
- Schrijf de wisselvolgorde erbij. Vooraf, niet bij 1-1 in de vijftigste minuut.
Even over de wedstrijdvormen
De vorm bepaalt hoeveel keuze je überhaupt hebt. O8 tot en met O10 speelt 6 tegen 6 op een kwartveld, O11 en O12 spelen 8 tegen 8 op een versmald half veld. Vanaf O13 lopen er meerdere varianten naast elkaar, waaronder 9 tegen 9 en 11 tegen 11.
Omdat de KNVB die indeling per seizoen kan aanpassen, controleer je hem beter even bij de bron dan dat je op een blog vertrouwt. Dat staat op de pagina met wedstrijdinformatie.
Een opstelling die je kunt uitleggen
Bij O13 en ouder gaan spelers je keuzes toetsen. Niet hardop, meestal, maar ze tellen wel mee wie waar staat en hoe vaak. Op dat moment is het verschil tussen een opstelling en een uitlegbare opstelling het verschil tussen rust en gedoe in de app-groep.
Uitlegbaar betekent niet dat iedereen het ermee eens is. Het betekent dat je de redenering kunt herhalen en dat die redenering vorige week ook gold. Wie zijn opstelling elke week op gevoel maakt, kan dat per definitie niet.
Twee dingen helpen daar concreet bij: een vast model voor speeltijd en een reeks van de trainingsopkomst. Samen geven ze je een antwoord dat verder komt dan "dat voelde goed".
Uit de praktijk
Bij JO15 speel ik 4-3-3 met de punt naar voren. Dat is voor mij de Nederlandse basis en daar begin ik altijd mee. Tegen een sterke tegenstander wijk ik daar wel eens van af en zet ik er 4-4-2 tegenover, maar dat blijft de uitzondering. Beginnen doe je wat mij betreft met 4-3-3.
Praktisch
Een opstelling op een briefje werkt prima, tot je hem wilt delen of terugzoeken. In Selectie tik je een positie aan, kies je een speler en schuif je de posities naar je eigen systeem, dat je daarna als eigen formatie bewaart. De opstelling deel je als afbeelding of als tekst, en hij blijft bewaard bij de wedstrijd, zodat je er volgende week naar terug kunt kijken.