Geen enkel onderwerp levert langs de lijn zoveel gedoe op als speeltijd. Een speler die twee wedstrijden achter elkaar een half uur op de bank zit, een ouder die meetelt hoe lang zijn dochter erin stond, een trainer die halverwege de tweede helft bedenkt wie er nog moet invallen. Het zijn zelden grote conflicten, maar ze slijten wel.
De oplossing zit bijna nooit in beter uitleggen achteraf. Ze zit in een verdeling die je vóór de wedstrijd hebt bedacht en die je kunt laten zien.
Wat de KNVB er precies over zegt
De KNVB is in het trainersdashboard duidelijker dan veel trainers denken. Over de verdeling van minuten staat er:
Iedere speler moet voldoende voetbaltijd krijgen. Verdeel de beschikbare speeltijd dan ook zo eerlijk mogelijk per wedstrijd.
KNVB Assist, De opstelling
En over het wisselen zelf, in dezelfde tekst:
Zorg dat je vooraf al weet wanneer (op welke momenten, om de hoeveel minuten) en in welke volgorde je wissels gaat toepassen.
KNVB Assist, De opstelling
Let op dat laatste woord: volgorde. De KNVB vraagt niet om een gevoel voor rechtvaardigheid, maar om een schema. En de opstelling van komende zaterdag baseer je volgens diezelfde bron onder meer op de opstellingen van de vorige wedstrijden, de wissels die je toen toepaste en de speeltijd die spelers hebben gekregen. Dat kan alleen als je het ergens hebt bijgehouden.
Drie manieren om de minuten te verdelen
Er is geen voorgeschreven model. Dit zijn de drie die in de praktijk het meest gebruikt worden, met hun rekensom erbij.
1. Kwarten
Je knipt de wedstrijd in vier gelijke delen en wisselt alleen op die momenten. Simpel te tellen, ook voor spelers zelf.
Reken het voorbeeld door voor een 8 tegen 8 team met elf spelers. Per kwart staan er acht in het veld, dus drie erbuiten. Over vier kwarten zijn dat 4 × 3 = twaalf bankbeurten, te verdelen over elf spelers. Tien spelers zitten er dus één kwart uit en één speler twee. Wie die ene is, laat je per wedstrijd opschuiven. Iedereen speelt in dit model minimaal 75 procent van de wedstrijd.
2. Blokken minuten
Je rekent met de totale hoeveelheid speelminuten in plaats van met vakjes. Bij twee helften van dertig minuten en elf posities is dat 60 × 11 = 660 speelminuten. Heb je veertien spelers, dan is het gemiddelde 47 minuten per speler. Dat getal is je richtlijn, niet je wet: wie vorige week 38 haalde, begint deze week.
Dit model werkt beter naarmate je selectie groter of wisselender is, omdat het niet stukloopt op een oneven aantal spelers.
3. Vaste wisselmomenten met een vaste volgorde
Je spreekt af dat je om de vijftien minuten wisselt en je schrijft vooraf op wie er dan in komt en voor wie. Dit is letterlijk wat de KNVB beschrijft. Het grote voordeel merk je tijdens de wedstrijd: je hoeft bij 2-1 achter niet meer na te denken over wie er nu eigenlijk aan de beurt was.
Per wedstrijd of over het seizoen?
Clubs kiezen hier verschillend. Sommige leggen een ondergrens per wedstrijd vast, bijvoorbeeld dat iedere speler minimaal een derde meedoet. Andere rekenen over het hele seizoen en hanteren een norm van bijvoorbeeld zestig procent speeltijd, uitgesmeerd over alle wedstrijden.
Rekenen over het seizoen is eerlijker en veel lastiger vol te houden, want je moet het dan ook echt bijhouden. Kies je daarvoor, spreek dan meteen af wie de teller beheert en wanneer je hem met het team deelt.
Leg het vast voordat de wedstrijd begint
Het praktische deel is klein. Bepaal je model, schrijf het wisselschema op voordat je het veld op loopt en houd na afloop bij wie hoeveel speelde. Die laatste stap is de enige die trainers structureel overslaan, en precies de stap die je nodig hebt zodra iemand ernaar vraagt.
Een speler die hoort "je hebt de laatste vijf wedstrijden gemiddeld 52 minuten gespeeld" reageert anders dan een speler die hoort "je speelt echt wel genoeg". Hetzelfde geldt voor ouders.
Wat je met spelers en ouders afspreekt
De KNVB adviseert de verenigingsregels op teamniveau te vertalen naar afspraken tussen coach, teammanager, spelers en ouders, en noemt het wisselbeleid, de posities en de opstelling daarbij expliciet. Twee dingen uit die kennisbanktekst zijn de moeite waard:
- Laat spelers in alle leeftijdscategorieën zelf meedenken over de afspraken. Daarmee worden het hun afspraken, en niet jouw regels.
- Houd aan het begin van het seizoen een bijeenkomst waarin je het met spelers en ouders doorneemt. Een afspraak die pas ter sprake komt als er ruzie over is, is geen afspraak.
Zeg er ook bij wat je niet doet. Als inzet op de training meeweegt in de opstelling, dan is dat een keuze van je club of van jou, en geen KNVB-regel. Daar gaat de gids over trainingsopkomst verder op in.
Uit de praktijk
Zelf werk ik niet met een strak schema. Ik kijk de wedstrijd aan en wissel meestal in de rust een of twee man, en als ik zie dat iemand de helft conditioneel niet haalt, gaat hij eruit. Dat wisselmoment ligt wel vast, en dat is precies de bedoeling: ik wil tijdens de wedstrijd geen ingewikkelde puzzel hoeven oplossen. Hoe minder ik langs de lijn sta te rekenen, hoe beter ik kan coachen.
Hoe je het bijhoudt zonder er werk aan te hebben
Op papier lukt dit een maand of twee. Daarna verdwijnt het briefje, staat er een wedstrijd tussen die je niet hebt ingevuld en klopt de telling niet meer.
In Selectie lopen de speelminuten mee terwijl je de wedstrijd meeklokt, en zie je per speler wat hij dit seizoen heeft gespeeld. Dat is geen voorwaarde om speeltijd eerlijk te verdelen. Het scheelt alleen dat je de discussie kunt voeren met een scherm in plaats van met je geheugen.